Hij wordt door onwetende toeschouwers steevast halverwege de dertig geschat, maar komende zomer blaast hij 43 kaarsjes uit. Senne Geukens, topspeler en absoluut monument bij ABO LDP Donza, blikt met ons terug op het voorbije seizoen, zijn voorbije jaren bij onze club en zijn tomeloze energie en onvoorwaardelijke liefde voor het spelletje. Een openhartig gesprek over (h)echte vriendschap in de topsport, het absolute belang van een gezonde levensstijl en de essentie van wat sport echt betekent.
Senne, de play-offs zitten erop en de uitschakeling tegen Lommel is een feit. Als je even uitzoomt en naar de afgelopen jaren kijkt, welk gevoel overheerst er dan?
“Leuk is de uitschakeling natuurlijk niet. Maar we beseffen ook heel goed: het is niet het einde van de wereld. We hebben het de voorbije jaren simpelweg zodanig goed gedaan, dat we verliezen niet meer gewoon zijn. We speelden drie finales in drie jaar, waarvan we er twee wonnen. We pakten ook nog een beker. Dan zet je dat verliezen wat uit je systeem en voelt zo’n uitschakeling plots veel raarder. Maar we hebben niet van pannenkoeken verloren. Lommel is een heel sterke, fysieke en volwassen ploeg. Het is eigenlijk de ploeg waartegen we waarschijnlijk in de smalste bandbreedte hebben gespeeld. Ze spelen al heel lang samen, zelfs nog langer dan wij. Je verliest uiteindelijk liever na twee bloedstollende wedstrijden met één of drie puntjes verschil, dan dat het een walk-over is.”
Toch leek het dit seizoen soms wat meer moeite te kosten. Jullie leken bij momenten op een diesel die traag op gang kwam.
“Dat klopt absoluut. In vergelijking met mijn allereerste jaar hier, duurde het dit seizoen misschien wel het langst om echt op kruissnelheid te komen. We hadden in het begin nog te veel last van miscommunicatie en lieten steken vallen in wedstrijden die we eigenlijk niet mochten verliezen, zoals bijvoorbeeld tegen Brugge in het begin van het seizoen. Daardoor betaalden we op het einde van het seizoen de prijs en misten we net dat thuisvoordeel tegen Lommel. We hebben er intern vaak over gepraat, zeker over onze mindere eerste kwarten. We wílden het wel beter doen en we begonnen met de juiste intenties, maar op de een of andere manier kwam ons beste spel toch vaak pas in het derde en vierde kwart bovendrijven. Mentale moeheid zou ik dat zeker niet noemen. Soms is het gewoon het verloop van een match, pech in de afwerking, of een tegenstander die net wél met het volle vertrouwen start. Gelukkig was de competitie dit jaar ongezien spannend: nagenoeg iedereen kon van iedereen winnen, en dat hield ons altijd scherp.”
Wat opvalt aan jullie team is de enorme veerkracht. Zelfs vanuit een quasi verloren positie pakten jullie in de slotfase vaak nog de winst. Is dat de kracht van een ploeg die elkaar door en door kent?
“Zonder twijfel. Dat telepathische aanvoelen van elkaar op het veld, dat kun je niet forceren; dat moet groeien door lang samen te spelen. Je moet elkaar blindelings leren begrijpen. Toen jongens zoals ik er vier jaar geleden bij kwamen, was de basis er al. Wij moesten ons gewoon inpassen in een groep die elkaar kende. Maar wat ons echt uniek maakt, is de vriendschap. We zijn die vier jaar lang allemaal vrienden geweest, zowel op als naast het terrein. We spreken af na de trainingen en gaan samen weg. Dat is iets wat geen enkele coach of bestuur kan verplichten, maar die dingen naast het terrein zorgen er wel voor dat je het op het terrein nog beter gaat doen. In het profbasketbal zie je zoiets heel zelden. Daar speel je vaak maar een jaar of twee samen, vaak met jongens die komen met het idee om nadien ergens anders meer geld te verdienen. Bij ons was dat totaal anders. Er heerste nul jaloezie over speelminuten. Iedereen gunde het elkaar ten volle, omdat je beseft dat we een kern van tien evenwaardige spelers hebben en niet iedereen 25 minuten per match kán spelen. Die onvoorwaardelijke vriendschap zorgt ervoor dat je op het veld net dat extra kilometertje voor elkaar wil lopen.”
Mensen die je voor het eerst zien spelen, schatten je steevast jaren jonger. Hoe blijf je op jouw leeftijd zo bepalend en energiek op dit niveau?
“Ik heb van kleins af aan enorm veel energie gehad. Ik heb verschillende sporten geprobeerd, maar basketbal is de enige sport waar ik echt een diepe, oprechte passie voor voel. Het is simpel: ik doe het nog altijd ontzettend graag. Van sporten krijg ik energie. Ik sta dan ‘aan’, ik ben alert. Als ik een hele dag in de zetel lig, ben ik ‘s avonds doodmoe, mentaal vooral. Maar als ik bezweet uit de douche kom na een zware training of wedstrijd, dan voel ik me fantastisch. Het mentale en het fysieke hangen onlosmakelijk aan elkaar vast.
Maar je kunt dit natuurlijk alleen blijven doen als je goed voor je lichaam zorgt. Het is door de jaren heen echt een levensstijl geworden. Ik drink voornamelijk (lacht) water, ben grotendeels gestopt met frisdrank, let op mijn voeding en waak over mijn nachtrust. En misschien nog wel het belangrijkste: ik werk al sinds mijn tijd bij Gent met een specialist voor preventieve zorg. Voorkomen is beter dan genezen. Je regelmatig laten checken om kleine pijntjes te verhelpen vóór het echte blessures worden, is een schot in de roos geweest. Je moet de wil hebben om die levensstijl te omarmen, want anders houdt je lichaam dit simpelweg niet vol.”
Je staat ook bekend om je connectie met de tribunes. Een lach, een interactie, het opzwepen van het publiek, de fameuze ‘pistols’… Waarom is dat zo belangrijk voor je?
“Ik ben van nature een sociaal persoon. Alles is besmettelijk: als de mensen in de zaal zich amuseren en positieve energie uitstralen, voel ik me ook goed. In een lege zaal spelen is gewoon pakken minder leuk, dat hoef ik niemand uit te leggen. Supporters komen voor ons naar de sporthal, ze creëren sfeer en geven ons energie. Dan wil ik hen die appreciatie ook teruggeven. Het werkt in twee richtingen: je kan maar respect krijgen door zelf respect te geven en mensen goed te behandelen. Dat is trouwens een levensles die ik ook mijn kinderen probeer mee te geven: behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.”
Over je gezin gesproken: zij zijn altijd prominent aanwezig in de zaal en leven enorm mee. Welke boodschap hoop je ze via het basketbal mee te geven?
“De basketbalmicrobe zit er genetisch al in, want mijn vrouw Hannelore heeft in haar jeugd ook basket gespeeld. Ik laat de kinderen volledig vrij in hun keuzes, maar ik wil hen vooral tonen wat sport mentaal en fysiek met je kan doen. En minstens even belangrijk: via een teamsport bouw je een netwerk op en maak je vrienden voor het leven op een manier die via pakweg school veel moeilijker is. Ik ben zelf een enorme winnaar, ja, maar ik voed hen niet op met het idee dat winnen alles is. Ik leg hen uit dat ze matchen gaan winnen, maar ook heel vaak gaan verliezen, en dat dat helemaal niet erg is. Het allerbelangrijkste is dat je jezelf verbetert, dat je je goed voelt, en dat je de connectie vindt met anderen, zelfs met jongens uit andere ploegen. Het winnen is leuk, maar het eindresultaat is uiteindelijk maar een resultaat. Basketbal is zoveel breder en groter dan alleen maar winnen of verliezen.”
Tot slot: wat wens je jezelf en de club ABO LDP Donza nog toe voor de komende jaren?
“Voor mezelf hoop ik zo lang mogelijk te kunnen blijven spelen. Ik bekijk het jaar per jaar, naargelang wat mijn lichaam toelaat, en ik doe er alles aan om fit te blijven. Daarnaast haal ik er enorm veel voldoening uit om mijn ploegmakkers beter te maken. Jongens sturen, inspireren en hen naar een hoger niveau tillen – zowel verbaal als non-verbaal – daar wil ik absoluut een rol in blijven spelen. Voor LDP Donza wens ik in de eerste plaats dat het een gezonde club mag blijven, in alle betekenissen van het woord. En op sportief vlak: dat de jeugdwerking nog sterker op de voorgrond treedt. Er zit hier waanzinnig veel potentieel. Met onze ploegen in de verschillende divisies zou de doorstroom van onze jeugd veel vlotter moeten kunnen, zonder dat die gasten van club hoeven te veranderen. Om die jeugdspelers klaar te stomen voor het grote werk, heb je goeie, gemotiveerde coaches nodig. Ik hoop echt dat de jeugdwerking daarin de komende jaren nog stappen vooruit kan zetten.
Mag ik tot slot elke speler, coach, staff-lid, supporters, vrijwilliger en bestuurslid bedanken voor de fantastische tijd die we samen mochten beleven. Ik bijf supporter.. #oneteam”
Wat hebben we daar nog aan toe te voegen? Behalve: bedankt Senne. Voor alles. En vooral voor wie je bent, en bent geweest, voor onze club. All the best friend!
(dha, april 2026)

